Contactformulier
info@igenia.be

De renovatieverplichting, wat is er nu verplicht? 9 november 2021

Voor de renovatieverplichting word er onderscheid gemaakt tussen 2 types gebouwen. De residentiële gebouwen en de niet-residentiële gebouwen.
Afhankelijk over welk type gebouw het gaat zullen de verplichtingstermijn en de bijhorende eisen verschillend zijn.

We lichten deze hieronder toe per type gebouw.

 

Niet-residentiële gebouwen:

Renovatieverplichting start vanaf 1 januari 2022. Bij overdracht moet binnen de 5 jaar aan de maatregelen voldaan worden.

Minimale maatregelen:

  • Als voor dakisolatie de minimale R-waarde van 0,75 m²K/W niet gehaald wordt, moet dakisolatie met maximale U-waarde van 0,24 W/m²K geplaatst worden.
  • Als enkel glas aanwezig is, moet dat vervangen worden door beglazing met maximale U-waarde van 1 W/m²K.
  • Alle centrale opwekkers voor ruimteverwarming die ouder zijn dan 15 jaar moeten vervangen worden, tenzij u kan aantonen dat de installatie voldoet aan de minimale installatie-eisen voor renovatie. Bij aanwezigheid van een aardgasnet in de straat mag een stookolieketel niet vervangen worden door een nieuwe stookolieketel
  • Alle koelinstallaties die ouder zijn dan 15 jaar en gebruik maken van koelmiddelen op basis van ozonlaagafbrekende stoffen of koelmiddelen met een GWP-waarde van 2500 of hoger, moet u vervangen door koelinstallaties die geen gebruik maken van deze schadelijke koelmiddelen.

Bijkomend dient er voldaan te worden aan onderstaande minimale eisen indien het gebouw in zijn totaliteit wordt verkocht.

  • Vanaf 1 januari 2022 dient het gebouw minimaal een Energielabel C of beter te behalen.
  • Vanaf 1 januari 2023 dient het gebouw ook te voldoen aan een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 5%.

 

Residentiële gebouwen:

Renovatieverplichting start vanaf 1 januari 2023.

Nieuwe eigenaars van energieverslindende woongebouwen (lees: woongebouwen met een EPC-label E of F) zullen verplicht worden om binnen de 5 jaar na aankoop de woning grondig energetisch te renoveren tot minimum EPC-label D.

Om een grondige renovatie voor zoveel mogelijk gezinnen mogelijk te maken, biedt de Vlaamse overheid heel wat interessante financieringsmogelijkheden aan.

  • Zo kan u beroep doen op het renteloze renovatiekrediet. Wie een woning met een slechte energieprestatie koopt en binnen de vijf jaar de energieprestatie daarvan aanzienlijk verbetert, zal aansluitend bij het hypothecair krediet voor de verwerving van het pand, ook een renteloze lening kunnen afsluiten om het pand energiezuinig te renoveren. Wie zich engageert om de woning naar label A te brengen binnen de 5 jaar, kan tot 60.000 euro renteloos lenen. Voor label B is dat 45.000 euro en voor label C is dat 30.000 euro. Wie zich engageert om een appartement naar label A te brengen binnen de 5 jaar, kan tot 45.000 euro renteloos lenen. Voor label B is dat 30.000 euro. Meer informatie vindt u hier.
  • Indien u vanaf 2021 een woning geschonken of na erfenis krijgt met een slechte energieprestatie, kan u terecht bij het energiehuis voor het afsluiten van een energielening+ tot 60.000 euro. Het belangrijkste verschilpunt met het renteloze renovatiekrediet (na aankoop van een woning) is dat bij de energielening+ niet met een rentesubsidie wordt gewerkt, maar dat de lening van bij aanvang renteloos wordt toegekend. Meer informatie vindt u hier.

    Het toepassingsgebied van de energielening+ en het renteloze renovatiekrediet voor nieuwe eigenaars wordt vanaf 1 januari 2023 ook uitgebreid en versterkt:

    Niet-energiezuinige woningen die tot label D renoveren zullen ook in aanmerking komen voor een energielening+ of een renteloos renovatiekrediet.
    Bovendien zal bij het renovatiekrediet of de energielening+ voor een periode van 10 jaar ook een negatieve rente worden aangeboden vanaf label C. Deze rentevoet varieert naargelang het label dat wordt bereikt. Op die manier krijgen de burgers een sterke stimulans om hun woning zo grondig mogelijk te renoveren.
    Daarnaast wordt de huidige 0%-energielening, die u kan aanvragen bij een energiehuis in de buurt, bijgestuurd. Het leenbedrag wordt verhoogd van 15.000 euro naar 50.000 euro, de looptijd wordt verlengd van 10 jaar naar 25 jaar en een grotere doelgroep komt in aanmerking. Meer informatie vindt u hier.

Verder bestaan er verschillende soorten premies:

  • Premies voor individuele maatregelen(dakisolatie, muurisolatie, beglazing, verwarming,...).
  • De EPC-labelpremie. Dit is een premie voor het behalen van een bepaalde energieprestatie.
  • Premies waarin ook wordt voorzien in trajectbegeleiding zoals de  en de collectieve renovatieprojecten.

 

Bron: energiesparen.be

Retroactieve investeringspremie voor warmtepompen. 13 september 2021

Vorige vrijdag, op 10 september, keurde de Vlaamse Regering de eerder aangekondigde retroactieve investeringspremies voor warmtepompen, microwarmte-krachtinstallaties en kleine windmolens goed. Dat gebeurde op voorstel van Vlaams minister van Energie Zuhal Demir.
Dat initiatief werd genomen na het wegvallen van de terugdraaiende teller door het arrest van het Grondwettelijk Hof. Voor gezinnen met een warmtepomp was dat immers een nog grotere tegenslag. Wie aan de voorwaarden voldoet en over een digitale meter beschikt, kan vanaf 1 oktober 2021 via de website van Fluvius een aanvraag indienen. 

In juli werd het premieloket van Fluvius geopend voor de eerste en grootste groep onder hen: de eigenaars van zonnepanelen. Meer dan 53.000 van de ongeveer 70.000 eigenaars met zonnepanelen en een digitale meter, vroegen ondertussen de retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen al aan. 

Vanaf 1 oktober kunnen de eigenaars van warmtepompen in combinatie met zonnepanelen een bijkomende premie aanvragen. Ook eigenaars van microwarmte-krachtinstallaties en eigenaars van kleine windturbines kunnen vanaf dan een premie-aanvraag indienen.

Vanaf 1 oktober 2021 retroactieve investeringspremie voor warmtepompen

Wie aan de voorwaarden voldoet en al over een digitale meter beschikt, kan de retroactieve premie van 1163 euro van 1 oktober 2021 tot en met 31 maart 2022 aanvragen. 

Wie nu nog een klassieke (Ferraris)meter heeft, kan de premie tot zes maanden na de plaatsing van de digitale meter aanvragen (en uiterlijk op 31 december 2025).

Belangrijk:  

De retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen vraagt u afzonderlijk van de retroactieve investeringspremie voor de warmtepomp aan, via de website van Fluvius. Dat kan nog tot en met 18 januari 2022 voor wie al over een digitale meter beschikt.  

Als u nu nog over een klassieke (Ferraris)meter beschikt, moet de aanvraag binnen de zes maanden na de plaatsing van de digitale meter (uiterlijk op 31 december 2025) gebeuren.

De bijkomende retroactieve investeringspremie geldt enkel voor warmtepompen die instaan voor de hoofdverwarming van een gebouw en niet voor bijvoorbeeld warmtepompboilers, zwembadverwarming of voor warmtepompen die enkel voor koeling instaan.

Eigenaars van warmtepompen komen ook in aanmerking voor een premie 'sturing elektrische warmte’

Door het wegvallen van de terugdraaiende teller en het afbouwen van het uitsluitend nachttarief, kan het voor eigenaars van een warmtepomp of elektrische verwarming voordelig zijn om het gebruik van de apparaten zoveel mogelijk te sturen naar de juiste (goedkoopste) momenten van de dag.  

Een apparaat voor automatische sturing beslist zelf – met behoud van uw comfort – wanneer een toestel wordt ingeschakeld. Zo een systeem maakt optimaal gebruik van uw zonnestroom, kan pieken in uw stroomgebruik verlagen (wat nuttig is voor het beperken van het aangekondigde capaciteitstarief) en kan ervoor zorgen dat u zoveel mogelijk voordeel haalt uit een dynamisch elektriciteitscontract.  

De premie bedraagt 50% van het factuurbedrag voor het sturingsapparaat met een maximum van 400 euro. Ook deze premie kan men aanvragen bij Fluvius

De retroactieve investeringspremie voor microwarmte-krachtinstallaties en kleine windmolens ook aan te vragen vanaf 1 oktober 

Ook voor de 530 eigenaars van een microwarmte-krachtkoppeling of een kleine windmolen, die hun installatie voor 31 december 2020 in dienst namen, werd de retroactieve investeringspremie goedgekeurd. 

Wie aan de voorwaarden voldoet en over een digitale meter beschikt, kan de premie van 1 oktober 2021 tot en met 31 maart 2022 aanvragen via de website van Fluvius. 

Wie nu nog een klassieke (Ferraris)meter heeft, kan de premie tot zes maanden na de plaatsing van de digitale meter aanvragen (en uiterlijk tot 31 december 2025).  

 

Bron: energiesparen.be

 

Compensatieregeling voor het S-peil. 19 augustus 2021

Sinds januari 2018 is er voor zowel nieuwbouwwoningen als renovaties gelijkgesteld aan nieuwbouw niet langer sprake van een K-peil maar wel van een S-peil. Een eis die heel sterk inzet op vormefficiëntie, de kwaliteit van de gebouwschil en de energiebehoefte. Al bij de inwerkingtreding van het S-peil werd de lat meteen zeer hoog gelegd. S31 heeft er in de voorbije 3 jaar voor gezorgd dat veel architecten hun ontwerpen grondig moesten herwerken én bouwheren hun budget moesten herzien. NAV uitte eerder al zijn bezorgdheid rond de verstrenging naar S28 vanaf 2022. De Vlaamse regering stelt nu een compensatieregeling voor.

Uit een rondvraag bij architecten zowel in 2019 als 2020, en problemen die NAV de voorbije 3 jaren stelselmatig bereikten via de helpdesk, blijkt dat toch het merendeel van het architectenkorps problemen ondervindt met het S-peil. De problemen gaan van een sterke verhoging van de bouwkost tot een beperking in ontwerpvrijheid. Het S-peil gaat bij deze laatste voorbij aan andere relevante aspecten van architectuur zoals leefkwaliteit, lichtinval, ontwerpen eigen aan een plek of perceel, vrije keuze in alternatieve bouwmaterialen, enz.

Veel architecten zien een geplande verstrenging van S31 naar S28 dan ook somber in. Dit zou namelijk betekenen dat nog meer investeringen in onder meer de beglazing en de isolatie van een nieuwe woning noodzakelijk zijn, terwijl dit ecologisch en economisch niet langer zinvol is. Terugverdientijden voor gezinnen lopen te lang op en de productie van de extra isolatiematerialen stoot stilaan meer CO2 uit dan dat er kan bespaard worden tijdens de levensduur van een gebouw. Hierboven worstelt de bouwsector op vandaag al met serieuze prijsstijgingen van bouwmaterialen, voornamelijk voor de populairste isolatiematerialen PUR/PIR. Een verstrenging betekent dan ook een cumulatie van meerkosten voor de nieuwbouw. Bijkomend blijkt duidelijk uit de praktijk dat niet alleen grote vrijstaande woningen getroffen zijn, maar bijvoorbeeld ook kleinere en ingesloten woningrenovaties die door hun aard van werken volgens de energieprestatieregelgeving worden gelijkgesteld aan nieuwbouw (>75% vernieuwde scheidingsconstructies en een vervanging van het verwarmingssysteem) of woningen die inzetten op een ecologische en/of circulaire gedachtengoed en kiezen voor specifieke bouwmaterialen.

Naar aanleiding van bovenstaande probleempunten en een aantal kleinere problemen met het S-peil zoals die vandaag in de rekenmethodiek zijn opgenomen, uitte NAV eerder al grote bedenkingen bij een verstrenging naar S28 in 2022. NAV is dan ook verheugd dat het de kans kreeg om samen met VCB en Bouwunie in direct overleg te gaan met het kabinet van minister Demir en zich mee kon buigen over een haalbaar alternatief

Vrijdag 16 juli volgde uit de ministerraad dan eindelijk een eerste principieel akkoord over een voorstel waarbij de aanscherping van S31 naar S28 zou kunnen worden gecompenseerd met een strenger E-peil (cfr. de eis inzake het aandeel hernieuwbare energie). Het voorstel bevat dan ook een compensatieregeling voor een S-peil van S29, S30 of S31, waarbij cumulatief voldaan moet zijn aan artikel 9.1.12/2 (eis hernieuwbaar aandeel) en aan een strenger E-peil:

 - Voor bouwaanvraagjaar 2022 wordt een tussenniveau van E25 voorzien;

 - Vanaf bouwaanvraagjaar 2023 een niveau van E20.

Over dit voorstel wordt nu advies ingewonnen aan de VREG, de SERV en de MINA-RAAD. In het najaar volgt een tweede lezing en definitieve goedkeuring.

Parallel zal het VEKA een onderzoek laten uitvoeren naar de beschikbaarheid en betaalbaarheid van bouw- en isolatiematerialen in relatie tot het behalen van de EPB-eisen (S-peil, E-peil). Bij dit onderzoek worden de sectorfederaties uit de bouw bevraagd en betrokken bij de conclusies.

NAV ondersteunt de compensatieregeling en de mogelijkheid om eerder te investeren in hernieuwbare energie en de optimalisatie van technieken dan het betalen van een boete. NAV hoopt wel dat de bouwsector en vooral hun klanten meer tijd krijgen om deze ontwikkelingen te kunnen beheersen en dat een grotere spreiding in de tijd overwogen wordt. E25 vanaf 2022 en E20 vanaf 2023 komen ons inziens te snel na elkaar. Eén jaar tijd is gewoonweg te kort om de impact van genomen maatregelen te evalueren en de langetermijneffecten in beschouwing te nemen. Een spreiding in de tijd biedt tevens de ruimte voor de nodige verfijning van de rekenmethodiek.

 

Bron: www.nav.be

 

Wat te doen indien er geen riolering aanwezig is? 16 augustus 2021

Het bad laten leeglopen, afwaswater door de gootsteen laten stromen, maar ook de afvoer van de (af)wasmachine. Het afvalwater van de meeste gezinnen komt in de riool terecht. Maar in landelijke gebieden ligt lang niet overal riolering. Ligt uw huis te ver van de riolering en wordt ook in de toekomst geen riolering aangelegd? Dan moet het afvalwater gezuiverd worden met een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA). Of u in zo’n zone woont, kunt u controleren op het Geoloket van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Bij een nieuwbouw moet de IBA onmiddellijk worden geplaatst. Voor woningen die dateren van na 2008 werd de verplichte plaatsing opgelegd in de bouwvergunning. ‘Voor bestaande woningen van voor 2008 kunt u het best de gemeente of de rioleerbeheerder contacteren om na te gaan op welke termijn u een IBA moet plaatsen’, zegt Katrien Smet, woordvoerster van de Vlaamse Milieumaatschappij. ‘In principe is de aanleg ten laste van de eigenaar van de woning, maar in veel gevallen plaatst de gemeente of de rioolbeheerder zelf de IBA’s en beheert ze die. Voor die dienstverlening moet u betalen, net zoals u dat zou doen voor een rioolaansluiting.’

 De ondergrondse systemen zijn er zowel in kunststof als in een betonnen bekuiping. Ze nemen weinig plaats in. Bovengronds zie je alleen een sturingskast en een tot drie deksels. De bovengrondse natuurlijke of extensieve systemen gebruiken planten om het afvalwater te zuiveren, zoals een rietveld of kokosbed. Ze zijn goed bestand tegen de wisselende toevoer van afvalwater en verbruiken minder elektriciteit dan de compacte systemen.

Het zuiveringsproces gebeurt in drie stappen:

- Bij de voorbehandeling of primaire zuivering bezinken de grove bestanddelen uit het afvalwater.

- Bij de biologische of secundaire zuivering breken bacteriën de afvalstoffen in het water af en zetten ze die om in onschadelijke of minder schadelijke stoffen. Bij een bovengronds systeem gebeurt de overdracht van zuurstof naar het afvalwater via planten of natuurlijke materialen.

- Bij de nabehandeling worden de zwevende stoffen en de afgestorven bacteriën die zich in het gezuiverde afvalwater bevinden gescheiden van het gezuiverde afvalwater, ook effluent genoemd. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in een nabezinktank. Het gezuiverde afvalwater moet aan bepaalde normen voldoen en mag afvloeien naar een gracht of een waterloop. Is er geen gracht, dan mag het infiltreren in de bodem via zinkputten, infiltratiekanalen, infiltratiebekkens of opgehoogde infiltratiebedden. Het slib dat zich op de bodem afzet, moet om de paar jaar geruimd worden, waarna het wordt afgevoerd naar een slibverwerkingsbedrijf.

Biologisch afbreekbaar

Wie een IBA heeft, giet beter niet om het even wat door de afvoer. U kiest het best voor biologisch afbreekbare poets- en wasproducten. Kleine hoeveelheden afwasmiddel, waspoeder voor de wasmachine, wasverzachter of ontkalkingsmiddelen vormen geen probleem. Producten die een negatieve invloed hebben op de zuiveringsprestaties en u dus niet mag gebruiken zijn onder andere desinfecterende middelen, agressieve ontstoppers, verf en spoelwater van verf, white spirit of thinner, bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden, etensresten, plantaardige of dierlijke oliën of vetten van de frituurpan en giftige producten.

Ook proper regenwater hoort niet thuis in een IBA. Het veroorzaakt een te sterke verdunning van het afvalwater en bij zware regenval spoelt het actieve slib weg. De totale afkoppeling van hemelwater van bijvoorbeeld daken is daarom erg belangrijk.

Kostprijs IBA

Een IBA kost tussen 2.500 en 5.000 euro. De plaatsingskosten liggen tussen 2.000 en 3.500 euro. Die prijzen zijn exclusief btw. ‘Sommige gemeenten trekken een subsidie uit, andere doen de aanleg en de exploitatie van IBA’s in eigen beheer of laten dat door de rioolbeheerder uitvoeren’, zegt Smet.

De jaarlijkse exploitatiekosten zijn afhankelijk van het systeem en omvatten het jaarlijks nazicht, de herstellingen en het energieverbruik. Ze bedragen zo’n 200 euro per jaar, waarvan ongeveer 50 euro aan energie. Bij het jaarlijkse onderhoud horen ook een controle van de slibvorming en een staalafname van het gezuiverde water.

Korting op waterfactuur

Wie een IBA heeft, loost geen vervuild water. Daarom is er een korting op de component voor de zuivering van het drinkwater op de waterfactuur. De gemeente bezorgt uw waterbedrijf daarvoor een attest. Wie een eigen IBA beheert, kan een vrijstelling krijgen van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage. Die dient voor de zuivering van het afvalwater in de zuiveringsstations. De bijdrage is gelijk in heel Vlaanderen. In sommige gemeenten kunt u ook een vrijstelling krijgen voor de gemeentelijke saneringsbijdrage. Die slaat op de kosten voor het afvoeren en inzamelen van het afvalwater via de gemeentelijke of stedelijke riolering en verschilt per gemeente.

 

Bron: detijd.be

 

 

 

 

Update! De retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen en de flankerende maatregelen zijn definitief goedgekeurd! 12 juli 2021

Update 20 juli 2021: uw premie kan vanaf nu aangevraagd worden via onderstaande link
www.fluvius.be

 

Het arrest van het Grondwettelijk Hof vernietigde in januari het principe van de terugdraaiende teller voor zonnepaneleneigenaars die over een digitale meter beschikken. Het verdwijnen van de terugdraaiende teller betekent voor een groot aantal investeerders een financieel verlies. 

De Vlaamse Regering werkte daarom de afgelopen maanden de retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen uit, samen met flankerende maatregelen zoals een aanpassing van de geplande uitrol van de digitale meter, een hogere batterijpremie, een nieuwe REG-premie voor de slimme sturing van elektrische warmtepompen, elektrische boilers en accumulatieverwarming, en het verlengen van de warmtepompboilerpremie tot het einde van 2024. 

De regelgeving rond deze initiatieven is op 9 juli 2021 door de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd. 

Om de investeerders in toekomstgerichte, duurzame technieken, zoals elektrische warmtepompen, micro-WKK’s en kleine windturbines te ondersteunen, is de Vlaamse Regering ook bezig met een retroactieve investeringspremie voor warmtepompen en decentrale installaties: op 9 juli kreeg het ontwerp een tweede principiële goedkeuring.

Er moeten nog enkele regelgevende stappen doorlopen worden, waardoor de aanvraag van de retroactieve investeringspremie voor warmtepompen en decentrale installaties pas in het najaar mogelijk zal zijn.
 
Het digitale loket voor de retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen opent op dinsdag 20 juli 2021. 

Alvast drie belangrijke punten:

  • De aanvraag van de retroactieve investeringspremie zal mogelijk zijn voor wie nu al een digitale meter heeft.
  • Wie al een digitale meter heeft, heeft zes maanden de tijd om de premie aan te vragen: namelijk tussen 20 juli 2021 en 19 januari 2022.
  • Heeft u recent het gebouw met zonnepanelen verkocht of gekocht? Kijk vooraf na wie recht heeft op de premie: u of de vorige/nieuwe eigenaar. Wie op 1 maart 2021 eigenaar was van het gebouw (met zonnepanelen en digitale meter), is de rechthebbende.

 

Ook de flankerende maatregelen zijn goedgekeurd. 

  • De uitrol van de digitale meter wordt hervat, straat per straat
  • De premie voor de thuisbatterij is verhoogd vanaf 1 april 2021
  • Nieuwe premie voor de slimme sturing van elektrische warmtepompen, verwarming en boilers

 

De uitrol van de digitale meter wordt hervat, straat per straat

Vóór het arrest van het Grondwettelijk Hof was gepland om de klassieke meters eerst te vervangen bij de prosumenten (zoals eigenaars van zonnepanelen) en uiterlijk eind 2022 alle prosumenten van een digitale meter te voorzien. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof, heeft de Vlaamse Regering de uitrol van de digitale meter bij bestaande prosumenten tijdelijk (tot 1 juli 2021) on hold gezet en de einddatum geschrapt waarop alle prosumenten moeten zijn omgebouwd.

Prosumenten zullen nu een digitale meter krijgen volgens de normale uitrolplanning. Die zal geografisch verlopen, dus gemeente per gemeente, straat per straat. Dit komt de efficiëntie van de uitrol ten goede: of u nu zonnepanelen heeft of niet, iedereen komt tegelijk aan bod.

Het is belangrijk dat de uitrol van de digitale meter verder doorloopt: digitale meters zijn cruciaal om ons distributienet toekomstbestendig te maken en te vermijden dat er zeer grote investeringen moeten gebeuren om het distributienet te versterken.

Door deze zeer grote investeringen te voorkomen, wordt er vermeden dat het distributienettarief de komende jaren fors stijgt. Eigenaars van zonnepanelen, kleine windturbines, die op eigen initiatief een digitale meter aanvragen, krijgen dan ook een ‘bonus’ van 100 euro.

 

De premie voor de thuisbatterij is verhoogd vanaf 1 april 2021

Vanaf 1 april werd de premie voor een thuisbatterij verhoogd en bijkomend budget hiervoor vrijgemaakt (22 miljoen euro). De eerder opgelegde injectielimiet verdwijnt voor premie-aanvragen vanaf 1 april 2021.

Met een thuisbatterij kunnen netgebruikers hun zelfverbruik verhogen en zo het rendement van hun zonnepanelen opkrikken. Ondanks de Vlaamse batterijpremie blijft de investering in een thuisbatterij aanzienlijk en is ze niet voor iedereen rendabel.

Het is belangrijk dat iemand die een thuisbatterij wil aanschaffen, zich goed informeert omdat de terugverdientijd erg afhankelijk is van de specifieke gezinssituatie en installatie.

Het zelfverbruik verhogen kan in de eerste plaats door huishoudtoestellen zoals een wasmachine, vaatwasser en droogkast zo veel mogelijk te gebruiken op de uren dat de zonnepanelen stroom opwekken.

Ook het verbruik van een elektrische (warmtepomp)boiler of een elektrisch voertuig wordt best afgestemd op de zonnestroomproductie. In vele gevallen kan het lonen om dat proces te automatiseren via een energiemanagementsysteem.

Samen met de onderzoeksgroep EELab/Lemcko (UGent) werd door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) een simulator ontwikkeld waarin eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter kunnen overwegen of de investering in een thuisbatterij economisch zinvol is.

 

Nieuwe premie voor de slimme sturing van elektrische warmtepompen, verwarming en boilers

Het wegvallen van het principe van de virtuele terugdraaiende teller en het feit dat op termijn het uitsluitend nachttarief verdwijnt, zijn evoluties die het in het bijzonder voor eigenaars van een warmtepomp, eigenaars van elektrische boilers en eigenaars met een accumulatieverwarming belangrijk maken om het gebruik van de apparaten zoveel mogelijk te sturen naar de juiste (goedkoopste) momenten van de dag. Door die toestellen automatisch aan te sturen, kan de factuur worden verlaagd. 

Het komt er op aan om enerzijds het energieverbruik te spreiden en momenten van hoge marktprijzen te vermijden en anderzijds het energieverbruik te verschuiven naar momenten waarop ze zelf produceren of de marktprijs laag is.

Ter ondersteuning van die aanpassing wordt een nieuwe REG-premie ingevoerd om accumulatieverwarming, elektrische boilers en warmtepompen automatisch aan te sturen.

Deze premie heeft niet alleen voordelen voor u persoonlijk, maar vermijdt ook op maatschappelijk niveau belangrijke investeringen in de piekcapaciteit voor elektriciteitsproductie en de netversterking die nodig is om verbruikspieken op te vangen.

Een niet-limitatieve lijst met sturingsapparaten die in aanmerking komen, zal u kunnen consulteren op maakjemeterslim.be. De premie bedraagt 50% van het factuurbedrag voor het sturingsapparaat met een maximum van 400 euro en zal u kunnen aanvragen bij Fluvius.

Bron: energiesparen.be

 

Asbestattest verplicht bij verkoop vanaf 2022 28 juni 2021

De Vlaamse Regering wil zo snel mogelijk al het aanwezige asbest in Vlaamse gebouwen en woningen gebouwd voor 2001 in kaart brengen. Door asbest in slechte staat op te sporen en te verwijderen wil ze Vlaanderen tegen uiterlijk 2040 asbestveilig maken.

Daarom wordt in de loop van 2022 een asbestattest verplicht bij de verkoop van woningen en gebouwen ouder dan 2001. Tegen 2032 moet iedere gebouweigenaar over een asbestattest moeten beschikken. Bij verhuur is de eigenaar die over een asbestattest beschikt, verplicht om een kopie te bezorgen aan de (nieuwe) huurders.

Een asbestattest is het resultaat van een asbestinventarisatie van een gebouw. Het beschrijft voor een normaal gebruik van het gebouw welke materialen of gebouwonderdelen asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden.

De inventarisatie voor een asbestattest is “niet-destructief”. Een niet-destructieve asbestinventaris beschrijft enkel de rechtstreeks waarneembare asbestbronnen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van het gebouw. Tijdens de inspectie worden nooit wanden of vloeren beschadigd om ingesloten asbest op te sporen. Bij het opstellen van een destructieve asbestinventaris gebeurt dat wel.

Gecertificeerde asbestdeskundigen

Enkel een gecertificeerd asbestdeskundige ‘inventarisatie’ zal een asbestinventarisatie voor een geldig asbestattest kunnen uitvoeren. Dat gebeurt via een gebouwinspectie ter plaatse. Hij rapporteert de inspectiegegevens via een webtoepassing van de OVAM. Op basis hiervan levert de OVAM een asbestattest af.

Momenteel zijn de regelgevende bepalingen voor de invoering van het asbestattest en het certificatiesysteem in voorbereiding (wijziging Vlarema). In de loop van 2021 is de publicatie via een gewijzigd Materialendecreet en Vlarema voorzien. Pas na deze publicaties kunnen certificatie-instellingen formeel erkend worden en certificaten uitreiken.

 

Bron: ovam.be

 

Hoe toch voordeel halen uit combinatie warmtepomp en zonnepanelen? 12 april 2021

De Raad van State liet de afgelopen week weten te kunnen leven met de regeling die de Vlaamse regering uitwerkte om de eigenaars van zonnepanelen te compenseren voor het afschaffen van de virtueel terugdraaiende teller. Die compensatie werd in het leven geroepen nadat het Grondwettelijk Hof beslist had dat de terugdraaiende teller afgeschaft werd.

Het gevolg van die beslissing is dat de aanrekening van de netvergoeding voor eigenaars van zonnepanelen voortaan gebeurt op basis van de data van de digitale meter. Eigenaars van zonnepanelen moeten dus niet langer het forfaitaire prosumententarief betalen voor hun gebruik van het net, maar betalen nu voor het reële gebruik. Bovendien kunnen ze hun overtollige elektriciteit nog wel op het net zetten, maar dan wel tegen een veel lager tarief dan voordien.

De compensatieregeling zou volgens Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) een financieel rendement van 5 procent op de investering in de installatie moeten opleveren. Maar de vraag is of dat ook opgaat voor mensen die een warmtepomp met zonnepanelen combineren. Doorgaans hebben die uit de kluiten gewassen zonnepaneelinstallaties geplaatst, met de bedoeling het grootste deel van de productie in de zomer op het net te zetten om die er in de winter weer af te halen.

Daardoor lijken ze nu in een situatie te zitten die het terugverdiensysteem voor hun zonnepanelen onderuithaalt. Ze zullen veel stroom tegen lage prijs - pakweg 4 tot 5 cent per kilowattuur - op het net zetten. Nadien halen ze de elektriciteit weer van het net tegen een veel hogere prijs van zo’n 25 tot 27 cent per kilowattuur (kWh).

 

Zelfverbruik verbeteren

Eigenaars van zonnepanelen zullen ernaar moeten streven hun zelfverbruik te verbeteren. Dat wil zeggen dat ze hun verbruik beter moeten laten samenvallen met de productiemomenten van hun zonnepanelen.

‘Het prosumententarief was gebaseerd op een zelfverbruik van 27 procent van de productie van uw zonnepanelen’, zegt Bram Claeys, adviseur bij Regulatory Assistance Project, een internationale organisatie die advies verstrekt over de energietransitie. ‘Als u er nu met de digitale meter in slaagt boven een zelfverbruik van 27 procent uit te komen, dan gaat dat in de goede richting. Maar met de terugdraaiende teller werd wel alle elektriciteit die u produceerde gecompenseerd tegen het volle tarief. Dat verdwijnt.’

‘U zult het zelfverbruik dus significant moeten verhogen om dat nadeel te compenseren. Hoeveel hangt af van de situatie. Met een gemiddelde zonnepaneleninstallatie van 4 kilowattpiek (kWp) gaat u er door de afschaffing van de terugdraaiende teller niet noodzakelijk op achteruit. Bij grote installaties en een kleiner verbruik kan dat moeilijker liggen. Als vuistregel denk ik dat mikken op ongeveer 50 procent zelfverbruik nodig is om het rendement van uw zonnepanelen op hetzelfde niveau te houden als met de terugdraaiende teller. Dat betekent niet dat die zonne-installatie bij een lager zelfverbruik plots onrendabel wordt, integendeel.’

 

Slimme warmtepompen

De nieuwe generatie warmtepompen maakt het mogelijk beter in te spelen op de productie van de zonnepanelen, wat het zelfverbruik ten goede komt. ‘Slimme warmtepompen kunnen communiceren met de zonnepanelen’, zegt Hans Boon, de zaakvoerder van Klimaterra, een specialist in geothermische installaties. ‘De pomp krijgt een signaal van de zonnepanelen als ze in werking treden en dan is het de bedoeling om zoveel mogelijk van die productie meteen te gebruiken.’

Een warmtepomp in combinatie met vloerverwarming en een boilervat voor warm water heeft een grote buffer. ‘We drijven de temperatuur van het water bijvoorbeeld op van 55 naar 65 graden, zodat minder opgeslagen warm water nodig is als u een douche neemt’, zegt Boon. ‘Maar ook in de vloerverwarming kunnen we een buffer aanleggen door de temperatuur tijdelijk van 21 naar 23 graden op te drijven. Nadien kan de warmtepomp ongeveer acht tot tien uur uitgeschakeld zijn zonder dat dat minder warmtecomfort oplevert. De uren overbruggen waarin de zonnepanelen geen energie leveren is dus vrij makkelijk.’

Capaciteitstarief

Vanaf volgend jaar wordt ook het zogenaamde capaciteitstarief ingevoerd. Vandaag wordt het volledige bedrag van de distributienettarieven bepaald door de hoeveelheid stroom die u afneemt. Vanaf 2022 wordt die vergoeding niet langer gebaseerd op het totale verbruik in kilowattuur, maar geeft het piekverbruik in kilowatt (kW) de doorslag. De digitale meter zal iedere maand het kwartier nemen waarin het hoogste vermogen van het net wordt gevraagd. Het gemiddelde van die maandpieken bepaalt het jaarlijkse capaciteitstarief dat u moet betalen.

Volgens Boon is de vrees ongegrond dat het nieuwe systeem hoge avondpieken zal opleveren op het ogenblik dat eigenaars van een warmtepomp de wasmachine, de oven en andere huishoudtoestellen gebruiken. ‘Om piekverbruik te vermijden slaat de slimme warmtepomp niet aan op het moment dat al veel andere apparaten aan het werk zijn. Als die apparaten weer uitgeschakeld zijn, kan de warmtepomp in werking treden.’

Bovendien draaien goed gedimensioneerde warmtepompen vele uren en moeten ze niet in korte tijd een groot vermogen leveren. Als het vermogen lager is en gespreid in de tijd, zullen de pieken in capaciteit zeker niet hoger zijn dan bijvoorbeeld die van een elektrisch kookvuur.’

 

Dynamische contracten

De energieleverancier Engie zette afgelopen week als eerste een dynamisch contract voor particulieren in de markt. Met zo’n contract kan de klant inspelen op de laagste elektriciteitsprijzen die op de markt worden aangeboden. Door het elektriciteitsverbruik van bepaalde toestellen en toepassingen zo veel mogelijk te laten samenvallen met de uren met lage prijzen kunnen de contracten lonen voor de klant. Het is op die manier ook mogelijk nog meer gebruik te maken van duurzaam opgewekte energie. Die is er in grotere mate als de zon schijnt of als er wind is.

‘Dynamische contracten zijn zeker ook interessant voor eigenaars van een warmtepomp’, zegt Boon. ‘Dankzij de digitale meter gaan we kunnen vaststellen wanneer de elektriciteit het goedkoopst is en zal de warmtepomp zo veel mogelijk actief zijn op dalmomenten. Die technologie kan worden geactiveerd met één druk op de knop bij de warmtepompen die we in de jongste vijf jaar hebben geplaatst.’

 

Bron: De tijd.be - Dirk Selleslagh

Eigenaars van zonnepanelen krijgen compensatie! 28 januari 2021

Er komt een compensatie voor eigenaars van zonnepanelen die financieel getroffen worden door het verdwijnen van de terugdraaiende teller, op voorwaarde dat ze hun investering tot op heden nog onvoldoende konden terugverdienen. Dat kondigt Vlaams minister van Energie Zuhal Demir aan na afloop van de ministerraad.
"De overheid moet zich nu als betrouwbare partner opstellen en binnen deze nieuwe realiteit voor een redelijke oplossing kiezen. Dat betekent dat getroffen gezinnen gecompenseerd zullen worden, zonder overcompensatie wanneer investeringen al voldoende rendement behaalden dankzij subsidies of fiscale voordelen uit het verleden”, zegt Demir.

Snelle compensatie voor rechtstreeks getroffen gezinnen

Eerst en vooral komt de Vlaamse Regering met een snelle compensatie voor de gezinnen die over zonnepanelen én een digitale meter beschikken:

In 2021 komt er een financiële compensatie in de vorm van eenmalige investeringssteun die een rendement van 5% garandeert op de gemiddelde investering. De compensatiebijdrage wordt dus niet per individuele installatie berekend, maar op basis van een gemiddeld project. Dat is vergelijkbaar met het rendement van het nieuwe subsidiesysteem van de Vlaamse Regering sinds 1 januari 2021. Hiermee wil de regering de gelijke behandeling van eigenaars nastreven.

Daarbij houdt ze rekening met alle steun die installaties in het verleden kregen en hoe lang de eigenaars hebben kunnen genieten van de terugdraaiende teller. Installatie die in het verleden bijvoorbeeld konden rekenen op groenestroomcertificaten, zullen alleen maar gecompenseerd worden als ze gemiddeld nog geen 5% rendement haalden. Tegen eind volgende week zal voor ieder installatiejaar de ondersteuning in euro per kW geïnstalleerd vermogen berekend worden.

Ook compensatie bij verdere uitrol digitale meter

Ook de bijna 470.000 gezinnen die nog over een analoge terugdraaiende teller beschikken en nog niet over een digitale meter, krijgen tussen nu en 2029 de mogelijkheid om te kiezen voor een eenmalige compensatie.

Dit aanbod krijgen ze eenmalig tijdens de normale uitrol van de digitale tellers. De regering ambieert daarbij nog steeds een uitrol van digitale meters van 80% tegen eind 2024 en 100% tegen 1 juli 2029 voor het hele Vlaamse Gewest. Ze stapt echter wel af van de voorgenomen versnelde uitrol van de digitale meter voor zonnepaneleneigenaars. Initieel was het de bedoeling dat alle zonnepaneeleigenaars tegen eind 2022 beschikten over een digitale meter. Zij worden nu meegenomen in de normale uitrol en zullen gespreid over de periode 2021 – 2029 een digitale meter krijgen. Het voordeel hiervan is dat de digitale meter efficiënter uitgerold kan worden: straat per straat, wijk per wijk en gemeente per gemeente.

Gezinnen kunnen ook vrijwillig versneld een digitale meter blijven aanvragen en dan de bijhorende compensatie ontvangen.

Het prosumententarief is na de installatie van de digitale meter niet meer van toepassing. Daarnaast krijgen gezinnen die overstapten op een digitale meter ook de mogelijkheid om een terugleververgoeding te krijgen van hun energieleverancier voor de elektriciteit die ze te veel opwekken. 

Eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter halen het maximum-rendement uit hun zonnepanelen door zoveel mogelijk van hun stroom te gebruiken op het ogenblik dat de zonnepanelen de groene stroom produceren (zelfverbruik). 

Kosten niet in energiefactuur: distributienettarieven kunnen verder dalen

De kosten voor de terugdraaiende tellers werden via het oude systeem doorgerekend in de energiefactuur van alle elektriciteitsverbruikers. Het Grondwettelijk Hof vernietigt dat nu. “Onze redelijke oplossing bestaat er in dat we de compensatieregeling uitdrukkelijk niet in de energiefactuur verrekenen, maar op de algemene middelen en het Energiefonds nemen. Dat zorgt ervoor dat we de energiefactuur ontlasten zodat deze de komende jaren verder kan dalen, ook voor de gezinnen die nog geen zonnepanelen hebben”, zegt Demir.

De regelgeving en de website waarop de aanvraag van deze compensatie gaat gebeuren, worden nu verder uitgewerkt.

Wat u mag verwachten van de compensatie kan u hier vinden.

 

Bron: energiesparen.be

 

Volop genieten van premies en fiscale voordelen in 2021! 12 januari 2021

In Vlaanderen worden in 2021 diverse stimuli gegeven voor energiebesparende maatregelen in een bestaande woning. In 2021 worden er ook heel wat premies verhoogd, worden er specifieke incentives gegeven voor isolatie in combinatie met asbestverwijdering, wordt er een nieuwe EPC-labelpremie ingevoerd en kunnen nieuwe eigenaars vanaf 2021 een renteloos renovatiekrediet aanvragen. Ook voor zonnepanelen zijn er vanaf 2021 terug premies beschikbaar.

Deze financiële ondersteuning kadert in eerste instantie in de Vlaamse langetermijnrenovatiestrategie voor gebouwen 2050 die door de Vlaamse Regering op 29 mei 2020 werd goedgekeurd. Om de ambitieuze klimaatdoelstellingen te kunnen realiseren, moeten bestaande woongebouwen uiterlijk in 2050 een vergelijkbaar energieprestatieniveau halen als de nieuwbouwwoningen van vandaag. Deze langetermijndoelstelling betekent dat tegen 2050 het gemiddelde EPC-kengetal van het volledige woningpark wordt verlaagd met 75%. Op de gehanteerde EPC-schalen met energielabels (A tot F), komt dit overeen met het label A (EPC-kengetal 100). Op basis van data uit de EPC-databank wordt vastgesteld dat op dit moment amper 3,5% van het bestaande woningpark van bijna 3 miljoen woningen (huizen en appartementen) voldoet aan dit streefdoel (label A). Er moeten dus nog 2,9 miljoen woningen worden aangepakt.

De Vlaamse Regering wil met deze nieuwe en verhoogde premies als relancemaatregel een renovatiegolf ondersteunen die de Vlaamse bouwsector helpt de gevolgen van de coronacrisis op te vangen.

Premies via Fluvius

De netbeheerder Fluvius kent sinds lange tijd, in opdracht van de Vlaamse Regering, premies toe voor energiebesparende investeringen in bestaande woningen.

Enerzijds zijn er premies om woongebouwen beter te isoleren via een aannemer: dakisolatie, muurisolatie, vloerisolatie en isolerende beglazing. Deze premies kunnen worden bekomen voor energiebesparende investeringen in woningen aangesloten op het distributienet voor 2006 of met aanvraag van een omgevingsvergunning voor 2006.

Nieuw vanaf 2021 is een extra premie voor een dakisolatie of na-isolatie van buitenmuren in combinatie met de verwijdering van een asbesthoudend dak of een asbesthoudende gevelbekleding. In dit geval wordt de premie met 8 euro per m² verhoogd.

Vanaf 2021 wordt de premie voor het plaatsen isolerende beglazing verdubbeld van 8 naar 16 euro per m² en de premie voor na-isolatie van muren via de buitenzijde van 15 naar 30 euro per m².

Isolatiepremies bestaande woningen in 2021 (via aannemer)   
Dak- of zoldervloerisolatie 4 euro per m² Rd-waarde minstens 4,5 m²K/W
Dak- of zoldervloerisolatie + asbestverwijdering 12 euro per m² Rd-waarde minstens 4,5 m²K/W, verwijderen en afvoer asbest volgens strikte regels bepaald door OVAM en de Codex welzijn op het werk.
Na-isolatie buitenmuren via buitenzijde 30 euro per m² Rd-waarde minstens 3 m²K/W
Na-isolatie buitenmuren via buitenzijde + asbestverwijdering 38 euro per m² Rd-waarde minstens 3 m²K/W, verwijderen en afvoer asbest volgens strikte regels bepaald door OVAM en de Codex welzijn op het werk.
Na-isolatie spouwmuur 5 euro per m² Spouw minstens 5 cm, uitvoering conform STS 71-1
Na-isolatie buitenmuren via binnenzijde 15 euro per m² Rd-waarde minstens 2 m²K/W
Na-isolatie vloer of kelder 6 euro per m² Rd-waarde minstens 2 m²K/W
Hoogrendementsbeglazing 16 euro per m² U-waarde van maximaal 1,0 W/m²K

Daarnaast geeft Fluvius ook premies voor energiezuinige technieken in bestaande woningen en (nieuwbouw)woningen die aangesloten zijn op het elektriciteitsnet voor 1 januari 2014 of waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen meer dan 5 jaar geleden werd verleend en waarbij het gebouw voldoet aan de EPB-eisen en de EPB-aangifte tijdig werd ingediend. Het betreft premies voor een warmtepomp, een warmtepompboiler, een zonneboiler en fotovoltaïsche zonnepanelen. De premie voor zonnepanelen is nieuw vanaf 2021.

Premies voor energiezuinige technieken in 2021 (via aannemer)

  • Warmtepomp: Geothermische warmtepomp: 4000 euro, Lucht-water warmtepomp: 1500 euro, Hybride lucht-water warmtepomp: 800 euro, Lucht-lucht warmtepomp: 300 euro
  • Warmtepompboiler: Per wooneenheid en maximaal 40% van de factuur: 300 euro
  • Zonneboiler: Per wooneenheid maximaal 2750 euro en maximaal 40% van de factuur: 550 euro/m² collectoroppervlakte
  • Fotovoltaïsche zonnepanelen: Maximaal 1500 euro en maximaal 40% van de factuur:  eerste 4 kWp: 300 euro per kWp,  4 tot 6 kWp: 150 euro per kWp

Alle voorwaarden en aanvraag van deze premies: www.fluvius.be

 

Nieuw vanaf 2021 - EPC-labelpremie

De EPC-labelpremie geldt voor alle eigenaars, dus zowel voor eigenaars die al een woning met een slecht EPC-label hebben, als voor nieuwe eigenaars die een huis kopen, geschonken krijgen of erven. Wanneer ze binnen een periode van 5 jaar via het EPC (Energieprestatiecertificaat) kunnen aantonen dat ze hun woning of appartement veel energiezuiniger hebben gemaakt, komen ze in aanmerking voor een premie van 2.500 tot 5.000 euro, afhankelijk van het nieuwe energielabel dat na vijf jaar kan worden voorgelegd. Enkel een EPC opgemaakt vanaf 2019 komt in aanmerking.

Voor de renovatie van een woning met een label E of F tot een label A, B en C bedraagt de EPC-labelpremie respectievelijk 5.000, 3.750 en 2.500 euro. Wie een appartement renoveert van een label D, E of F naar label A of B kan respectievelijk 3.750 en 2.500 euro krijgen. Deze bedragen kunnen in schijven worden betaald. Eigenaars die bijvoorbeeld in aanmerking komen voor een premie voor label C, kunnen binnen dezelfde periode van 5 jaar een bijkomende premie krijgen voor het behalen van label B, en eventueel daarna nogmaals voor het behalen van label A. De bijkomende premie is in dit geval gelijk aan het verschil tussen de premie voor het nieuw behaalde label en de al verkregen labelpremie.

De EPC-labelpremie is niet combineerbaar met de totaalrenovatiebonus.

Het EPC moet voor en na de werken zijn opgemaakt door een energiedeskundige type A.

Voor alle eigenaars Woning label E of F Appartement label D, E of F
Te bewijzen energielabel na renovatie binnen de 5 jaar label C label B label A label B label A
Maximaal bedrag van de premie 2500 euro 3750 euro 5000 euro 2500 euro 3750 euro

De EPC-labelpremie moet ook worden aangevraagd bij Fluvius.

Nieuw vanaf 2021: renteloos renovatiekrediet voor nieuwe eigenaars vanaf 2021

Vanaf 2021 kunnen nieuwe eigenaars van een woning of appartement beroep doen op het renteloos renovatiekrediet. Wie een woning met een slecht EPC-label koopt en binnen de vijf jaar dit EPC-label aanzienlijk verbetert, zal aansluitend bij het hypothecair krediet voor de verwerving van het pand, ook een renteloos renovatiekrediet kunnen afsluiten. De kredietinstellingen Argenta, Axa, Belfius, BNP-Paribas, CKV, Crelan, DVV verzekeringen, KBC, Onesto Kredietmaatschappij, Triodos en vdk bank staan klaar om vanaf januari (of in de loop van januari 2021) geïnteresseerden dit nieuwe product aan te bieden. Andere banken zullen volgen in de loop van het voorjaar van 2021.

Het renovatiekrediet is renteloos aangezien de interesten automatisch een keer per jaar door de Vlaamse overheid, in casu door het VEKA, worden terugbetaald onder de vorm van een rentesubsidie. Om in aanmerking te komen voor het renteloos renovatiekrediet, moet er een hypothecair hoofdkrediet zijn, dat hoofdzakelijk bestemd is voor de verwerving van de woning.  Aanvullend bij het hoofdkrediet kan u een renteloos renovatiekrediet afsluiten met het engagement om de eengezinswoning van label E of F naar label A, B of C te brengen binnen een periode van 5 jaar. Voor appartementen geldt een te realiseren verbetering van label D, E of F naar label A of B. Het hypothecaire renovatiekrediet moet hoofdzakelijk dienen voor de renovatie van de woning.

Wie een woning of appartement erft of geschonken krijgt vanaf 2021 met een slecht EPC-label en voor de renovatiewerken bij de bank geen hypothecair woonkrediet afsluit, kan bij zijn lokaal energiehuis terecht voor een gelijkaardig renovatiekrediet, een zogenaamde energielening+. Het belangrijkste verschilpunt met het hypothecair renovatiekrediet is dat bij de energielening+ niet met een rentesubsidie wordt gewerkt, maar dat de lening van bij aanvang renteloos wordt toegekend.

Het renteloos renovatiekrediet wordt aangevraagd via een bank. De energielening+ wordt aangevraagd via het energiehuis.

Meer info: www.energiesparen.be/renteloos-renovatiekrediet

Sloop- en heropbouwpremie wordt verlengd tot eind 2022.

Goed nieuws voor wie binnenkort een omgevingsaanvraag indient voor de sloop en heropbouw van een woning. De sloop- en heropbouwpremie wordt met 2 jaar verlengd tot eind 2022. Tegelijkertijd wordt het premiebedrag verhoogd van 7.500 naar 10.000 euro.

Deze maatregel sluit aan bij tijdelijke btw-verlaging naar 6% voor sloop- en heropbouw buiten de centrumsteden die door de federale overheid werd aangekondigd voor de volgende 2 jaar. Enkel wie niet in aanmerking komt voor de federale btw-maatregel kan vanaf 2021 van de Vlaamse sloop- en heropbouwpremie genieten.

Voor aanvragen van omgevingsvergunningen vanaf 2021 moet de sloop- en heropbouwpremie worden aangevraagd binnen de 3 maanden na de goedkeuring van de omgevingsvergunning. Voor aanvragen van omgevingsvergunningen tot eind 2020 moet de premie nog steeds worden aangevraagd binnen de 3 maanden na de aanvraag van de omgevingsvergunning.

De sloop- en heropbouwpremie moet online worden aangevraagd bij het VEKA www.energiesparen.be/slooppremie.

 

Bron: energiesparen.be

 

1.500 MW extra zonnepanelen met het zonneplan 2025 3 december 2020

Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie Zuhal Demir keurde de Vlaamse Regering vandaag het nieuwe Zonneplan goed. Daarmee wil minister Demir de rol van zonne-energie in Vlaanderen opvallend laten toenemen met 1.500 MW of een stijging van 40% tegen 2025. Jaarlijks kunnen 27.000 gezinnen rekenen op een premie voor nieuwe zonnepanelen, middelgrote bedrijfsinstallaties krijgen investeringssteun die niet in de energiefactuur wordt verrekend én energie delen met bijvoorbeeld je buurman- of vrouw wordt mogelijk door energiegemeenschappen.

Zonnepanelen zijn en blijven een goed renderende en tegelijk ecologische keuze om energie op te wekken.  Zonne-energie vormt samen met windenergie en groene warmte een belangrijk onderdeel van het energiesysteem van de toekomst. In de periode 2021-2025 wil minister Demir het vermogen aan zonnepanelen in Vlaanderen met minstens 1.500 megawatt (MW) uitbreiden. Dat komt overeen met ongeveer 400.000 huishoudelijke zonnepaneleninstallaties. 

“Zeer ambitieus”, beseft minister Demir. “Maar ook broodnodig om de energie- en klimaattransitie waar te maken. Vandaag ligt er ongeveer 3.600 MW aan zonnepanelen in Vlaanderen, verdeeld over meer dan 500.000 installaties, die ongeveer 5% van de geschikte dakoppervlakte bedekken. Er is dus nog veel potentieel, aldus Demir.

Energiesysteem van de toekomst betaalbaar houden

Om vijf jaar lang een groei van gemiddeld 300 MW per jaar te stimuleren, start de minister heel wat aantrekkelijke initiatieven op, waar ze ook grote budgetten voor vrijmaakt. In 2021 start ze met 57,6 miljoen euro. Ze stapt bovendien af van het doorrekenen van die kosten in de energiefactuur van de mensen en de ondernemers.

Vanaf 1 januari 2021 komt er een premie voor nieuwe zonnepanelen tot 1.500 euro met een omvormervermogen dat kleiner is dan of gelijk is aan 10 kVA. De bedoeling is om daar 27.000 gezinnen per jaar mee te ondersteunen.

In het voorjaar van 2021 start een projectoproep (‘call’) voor middelgrote zonneprojecten van 40 kW tot 2 MW. Dit vervangt het huidige systeem met  groenestroomcertificaten. Zo wordt oversubsidiëring tegengegaan.

Om het energiesysteem op lange termijn betaalbaar te houden, introduceert minister Demir ook een aantal logische principes, zoals een optimaal zelfverbruik. Het is aangewezen de stroom van de zonnepanelen zo veel mogelijk op het ogenblik van de productie te gebruiken. Daardoor worden zonnepanelen rendabeler en de factuur lager. Het zelfverbruik stijgt bijvoorbeeld als elektrische toestellen slim aangestuurd worden.  Zo verhoogt het zelfverbruik als de zonnestroom opgeslagen wordt, in thuisbatterijen of via warmtepompboilers. Daarom verlengt de minister de batterijpremie tot eind 2021 en wordt de premie van 300 euro voor stuurbare warmtepompboilers behouden.

Energie delen met buren wordt mogelijk

In de toekomst zal zonnestroom ook met anderen gedeeld kunnen worden. Zo zullen burgers, lokale overheden en ondernemingen zich kunnen verenigen in bijvoorbeeld een energiegemeenschap en zullen ze de opgewekte energie kunnen delen.

Ook eigenaars van grote asbestdaken worden gestimuleerd om zonnepanelen te overwegen, er komt een zonnecoach die KMO’s gratis onafhankelijke eerstelijnsinformatie geeft over zonnepanelen en er wordt ingezet op de voorbeeldfunctie van de overheid. Er moeten meer PV-installaties komen op Vlaamse overheidsgebouwen, sociale woningen en schoolgebouwen. Demir wil bovendien een duidelijk engagement en streefcijfer voor elk lokaal bestuur.

“Vlaanderen bewijst hiermee nogmaals haar ambitie om op een doordachte manier te gaan naar meer hernieuwbare energie. Kostenefficiëntie primeert, oversubsidiëring bestrijden we én we gaan niet zomaar alles doorrekenen in de energiefactuur. Maar we leggen de lat hoog en we zijn er zeker van dat wie die ambitie ook kunnen waarmaken”, besluit Demir.

U kan het zonneplan 2025 hier downloaden.
De evolutie van "groene energie" in Vlaanderen kan u hier volgen.

 

Bron: energiesparen.be

VEA lanceert de ' TEST-UW-EPC' tool 18 november 2020

VEA (Vlaams Energie Agentschap) heeft een nieuwe tool gelanceerd waarmee men kan nagaan hoe een woning scoort ten opzichte van gelijkaardige woningen.

Waarom deze tool?

Tegen 2050 wil de Vlaamse Regering dat elk huis en elk appartement een A-label behaalt.
Momenteel behalen appartementen gemiddeld een C-label, terwijl eengezinswoningen gemiddeld een E-label behalen. De renovatiegraad moet dus flink omhoog.
Een belangrijke stap hierbij is bewustwording: wat is het energielabel van mijn woning en is dat goed of slecht?

Naast een vergelijk krijgt men ook cijfers over het aantal zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen in de Vlaamse woningen en een aantal nuttige tips en doorverwijsadressen om aan de slag te gaan.

Heeft een woning nog geen EPC, dan berekent 'TEST-UW-EPC' (link onderaan artikel) een indicatief energielabel dat men kan vergelijken met gelijkaardige woningen.
Het indicatief energielabel wordt berekend via enkele vragen over type bebouwing, isolatiegraad en aanwezige installaties.

Opgelet, 'TEST-UW-EPC' berekent slechts een indicatief energielabel. Voor het werkelijk energielabel moet uiteraard nog steeds een officieel EPC opgemaakt worden.

Vraag hier een offerte aan voor uw EPC.

link naar de toepassing : https://apps.energiesparen.be/test-uw-epc

Bron: www.energiesparen.be

 

EPC-labelpremie vanaf 2021 10 november 2020

Wie in 2021 een woning met label E of F in volle eigendom koopt, erft of krijgt maakt aanspraak op een EPC-labelpremie als die woning binnen de 5 jaar energetisch gerenoveerd wordt tot een woning met label A, B of C.
Bij appartementen is de EPC-labelpremie bedoeld voor wie binnen de 5 jaar een energielabel D, E of F omzet in een label A of B.

Hoe energiezuiniger de woning of het appartement na de renovatie, hoe hoger de premie. De premie gaat van 2.500 tot 5.000 euro bij woningen en tot 3.750 euro bij appartementen. Beschermde afnemers ontvangen meer.

Om in aanmerking te komen voor de nieuwe labelpremie zal men steeds verplicht een officieel EPC moeten kunnen voorleggen dat werd opgemaakt door een energiedeskundige type A. Er moet dus een officieel EPC zijn opgemaakt voor de werken en één na de werken. Let op: enkel EPC’s opgemaakt vanaf 2019 komen in aanmerking. Tussen beide EPC’s mag maximaal 5 jaar verstreken zijn.

Praktisch:
 •Deze premie wordt aangevraagd via de netbeheerder Fluvius.
 •Vanaf de datum van het EPC dat werd opgemaakt na de werken, heeft men 12 maanden om de EPC-labelpremie aan te vragen.
 •De EPC-labelpremie kan men combineren met de diverse premies voor individuele energiebesparende investeringen via de netbeheerder (dak-, muur-, vloerisolatie, hoogrendementsbeglazing, zonneboiler, warmtepomp, warmtepompboiler en zonnepanelen (vanaf 2021)). De premie is echter niet cumuleerbaar met  de bestaande totaalrenovatiebonus.

U vraagt de premie aan in 2 stappen:

Zodra u beschikt over een EPC-voor waaruit de ‘slechte’ energieprestatie van uw woning (label E of slechter) of wooneenheid (label D of slechter) blijkt, dient u een aanvraag tot activatie van de EPC-labelpremie in bij Fluvius;

Binnen de 5 jaar na datum van dit EPC-voor moet u een nieuw EPC laten opmaken waaruit blijkt dat uw woning minstens label C heeft behaald (label B voor een wooneenheid). Vervolgens vraagt u de premie aan binnen de 12 maanden na dit EPC-na;

online via fluvius.be of op papier.

 

bron: www.energiesparen.be 

Vlaamse regering verdubbelt premies voor hoogrendementsbeglazing en buitenmuurisolatie(buitenzijde) 5 november 2020

De Vlaamse regering keurde bovenop de renteloze renovatielening en de nieuwe EPC-labelpremie, zopas ook een verdubbeling van de premies voor hoogrendementsbeglazing en buitenmuurisolatie aan de buitenzijde goed voor alle werken met eindfacturen vanaf 2021.

 

Volgens de Vlaamse strategie voor renovaties op lange termijn moeten bestaande woningen in Vlaanderen tegen 2050 een vergelijkbaar energieprestatieniveau halen als nieuwbouwwoningen met een vergunningsaanvraag in 2015. Dit betekent dat tegen 2050 het gemiddelde EPC-kengetal van het volledige woningenpark overeen moet komen met het energielabel A, wat gelijkgesteld is met een EPC-kengetal van 100.

 

 

 

Er is nog veel werk aan de winkel als je weet dat op dit moment slechts 3,5% van de 3 miljoen woningen (huizen en appartementen) aan het streefdoel van energielabel A voldoet. Al de rest zal dus hetzij gesloopt en heropgebouwd moeten worden, hetzij gerenoveerd of gebenoveerd, waarbij BENOveren staat voor 'beter renoveren' of 'energiezuinig renoveren volgens de normen van het Renovatiepact 2050'.

 

Verdubbeling premies

 

De basispremie voor isolerende beglazing verdubbelt van 8 naar 16 € per m². “Door het verdubbelen van de beglazingspremie, ondersteunt de Vlaamse overheid de doelstelling geformuleerd in de Vlaamse Wooncode dat alle woningen en appartementen tegen 2023 overal minstens dubbel glas moeten hebben”, meldt Vlaams minister Zuhal Demir.

 

De basispremie voor muurisolatie langs de buitenkant verdubbelt van 15 naar 30 € per m². Die voor isolatie van buitenmuren in de spouw of voor de isolatie van buitenmuren aan de binnenkant blijft ongewijzigd. De uitleg voor deze maatregel: “Buitenmuurisolatie  is duurder dan spouwmuurisolatie en isolatie aangebracht langs de binnenzijde van buitenmuren, maar is wel de meest aanbevolen manier om je muren voldoende te isoleren.”

 

Overzicht premies individuele renovatiemaatregelen

 

Concreet zijn de basispremies voor individuele maatregelen met eindfactuur vanaf 2021: :
Dak- of zoldervloerisolatie 4 €/m²
Spouwmuurisolatie 5 €/m²
Buitenmuurisolatie – buitenzijde 30 €/m² (15 € per m² in 2020)
Buitenmuurisolatie – binnenzijde 15 €/m²
Vloer- of kelderplafondisolatie 6 €/m²
Hoogrendementsbeglazing 16 €/m² (8 € per m² in 2020)
Warmtepomp, afhankelijk van type 300-4.000 €, max. 40% investeringskosten
Zonneboiler 550 €/m², max. 2.750 en 40% investeringskosten
Warmtepompboiler 300 €, max. 40% investeringskosten
PV 300 €/kWpiek (tot 4 kWp), 150 € (4-6 kWp), max. 40% investeringskosten
 
Bovenop deze verhoogde premies voor individuele maatregelen, blijft de totaalrenovatiebonus - een extra premie voor wie drie of meer individuele maatregelen treft binnen een periode van vijf jaar - gewoon bestaan. 

 

Bron: www.bouwkroniek.be

 

(Ver)bouwen in 2021, deze zaken veranderen vanaf 2021! 28 oktober 2020

Vanaf 2021 moet elke nieuwbouwwoning voldoen aan de BEN-eisen. Het E-peil wordt strenger, maar het S-peil voorlopig nog niet. Welke eisen en regels veranderen er mogelijk nog?

BEN-norm verplicht

Vanaf 2021 is de BEN-norm verplicht voor nieuwbouwwoningen. Dit betekent dat je woning moet voldoen aan de EPB-eisen. Zo moet je een maximaal E-peil van 30 en S-peil van 31 halen en een minimaal aandeel energie voor verwarming, ventilatie, koeling en warm water uit groene energiebronnen halen. Heb je geen of onvoldoende hernieuwbare energie voorzien? Dan moet je voldoen aan een 10% strenger E-peil.

Strenger E-peil

Wie in 2020 een bouwaanvraag indiende, moest een maximaal E-peil van 35 halen. Doe je dat in 2021? Dan mag het maximaal E-peil van je nieuwbouwwoning nog maar E30 bedragen. Het E-peil zakt dus van E35 naar E30. Als je E-peil hoger is dan het maximale E-peil dat hoort bij het jaar waarin je je bouwaanvraag indiende, krijg je een boete.

Ook voor een ingrijpende energetische renovatie zakt het E-peil van 70 naar 60. Het gemiddelde E-peil na een renovatie lag al onder de E60. Hierdoor is de verstrenging makkelijk in te voeren en ook haalbaar voor verbouwers.  

Strenger S-peil uitgesteld

Normaal werd het S-peil vanaf 1 januari 2021 verstrengd van 31 naar 28. Maar de Vlaamse regering heeft besloten om de invoering hiervan uit te stellen. De verstrenging zou extra kosten met zich meebrengen: reken op zo’n 5% à 10% voor de extra zonwering, extra isolerende beglazing en duurdere isolatiematerialen die je nodig hebt om S28 te halen. Voorlopig blijft het S-peil nog 31 en wordt het pas ten vroegste in januari 2022 verstrengd. Goed nieuws dus voor wie in 2021 zijn bouwaanvraag indient.

Wat verandert er mogelijk nog?

Welke regels veranderen er mogelijk nog? Of wat mogen we nog verwachten in de toekomst? Een kort overzicht: 

EPC-labelpremie: De Vlaamse regering heeft een EPC-labelpremie aangekondigd. Erf of koop je een huis of appartement dat niet aan de energienormen voldoet? Dan kan je vanaf 2021 aanspraak maken op de nieuwe EPC-labelpremie als je binnen de vijf jaar een grondig energetische renovatie uitvoert. Je moet dit na vijf jaar aantonen aan de hand van een nieuw EPC. Het bedrag van de premie hangt af van het behaalde EPC-label na renovatie.

Renteloos lenen tot 60.000 euro: Naast de EPC-labelpremie zal de renteloze energielening verhoogd worden tot 60.000euro. Momenteel kan enkel een prioritaire doelgroep renteloos lenen tot een bedrag van maximaal 15.000 euro. Vanaf 2021 krijgt iedereen die een woning koopt of erft deze mogelijkheid. Hoeveel je precies renteloos kan lenen hangt af van het EPC-label dat je haalt. Renoveer je een woning met label F of E naar label C? Dan kan je tot 30.000 euro lenen. Voor label B is dat 45.000 euro en voor label A 60.000 euro. 

6% btw voor sloop en heropbouw: In het nieuwe federale regeerakkoord staat dat het btw-tarief van 6% uitgebreid wordt naar heel België. Momenteel geldt het verlaagde btw-tarief voor slechts 32 centrumsteden. Je betaalt dan 6% in plaats van 21% btw als je je woning sloopt en heropbouwt. Vanaf wanneer deze uitbreiding voor het hele land geldt, is nog niet bekend. 

Geen stookolieketels meer bij nieuwbouw en IER: Er is ook sprake over een verbod op stookolieketels in nieuwbouwwoningen. Ook bij ingrijpende energetische renovaties (waarbij minstens 75% van de bestaande woning geïsoleerd wordt en het verwarmingssysteem vervangen wordt) zou je in de toekomst geen stookolieketel meer mogen plaatsen.

Geen aardgasaansluiting meer in verkavelingen: Mogelijk mogen nieuwe woningen in een verkaveling niet meer aansluiten op het aardgasnet, waardoor een condensatieketel op gas daar geen optie meer is. Je hebt dan nog de keuze tussen een warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet indien dit in de buurt voorzien is. Vaak gaat het om projecten die worden uitgevoerd door bouwpromotoren.

 

bron: www.livios.be; www.vlaanderen.be;  www.energiesparen.be 

 

Elektriciteitsfactuur anders berekend vanaf 2022. 15 september 2020

Vanaf 2022 is pieken in de energieproductie en -consumptie vermijden de boodschap!
De Vlaamse energieregulator (Vreg) heeft beslist dat vanaf 1 januari 2022 onze bijdrage op de energiefactuur aan het elektriciteitsnet anders zal worden berekend.
Op deze manier hoopt de Vreg ons gedrag te wijzigen zodat we zelf pieken in ons stroomverbruik trachten te vermijden. Deze pieken belasten het net en kunnen in de toekomst wel eens tot grote kosten leiden.

Met het oog op de energietransitie worden de ‘netkosten’ (de kosten voor het aanleggen, beheren en onderhouden van de elektriciteitsnetten en het vervoer van elektriciteit) vanaf 2022 grotendeels op basis van capaciteit aangerekend. Dit is ook het geval voor een deel van de transmissiekosten. Op dit moment worden de nettarieven aangerekend op basis van de afgenomen kWh. Hoe meer u verbruikt, hoe hoger uw netfactuur. Dit verandert voor het deel ‘netkosten’ vanaf 2022. De andere kosten opgenomen in de distributienettarieven, met name de kosten voor openbaredienstverplichtingen, de toeslagen en de overige transmissiekosten, blijven aangerekend worden op basis van de afgenomen kWh.

Door meer lokale hernieuwbare energie, meer elektrische voertuigen en meer warmtepompen zullen de distributienetten in de toekomst meer en anders gebruikt worden én blootgesteld worden aan grotere (gelijktijdige) piekbelastingen.

Kosten aan het elektriciteitsnet vermijden

Dat alles kan leiden tot grote pieken in het gebruik van het net. Als dat niet verandert, kan een verzwaring van ons elektriciteitsnet nodig zijn om die pieken op te vangen. Dat zou een enorme kost zijn.  De overheid probeert dat te vermijden door ons prikkels te geven om ons gedrag te veranderen: wie dergelijke stroompieken veroorzaakt, zal in de toekomst meer moeten betalen. Of omgekeerd: wie zijn stroomverbruik meer gelijkmatig spreidt in de tijd, zal minder moeten betalen. Dat zegt althans de Vreg, de Vlaamse energieregulator.

Ongeveer twintig procent van onze elektriciteitsfactuur bestaat uit netkosten. Dat is dus onze bijdrage om het elektriciteitsnet te onderhouden. Tot nu toe worden die netkosten berekend in functie van wat we in een jaar aan stroom verbruiken. Vanaf 2022 wordt dat anders. Het is namelijk niet de hoeveelheid stroom die we op een jaar verbruiken, die het net dreigen te overbelasten, het zijn de pieken in ons gebruik van het net.

Pieken vermijden

Daarom zal de netkost op onze factuur vanaf 2022 afhangen van de pieken in ons verbruik. (Of in onze stroomproductie, voor wie zelf elektriciteit produceert.) Wie tegelijk de elektrische oven, de waterkoker, het strijkijzer en de vaatwasmachine inschakelt, zal een piek veroorzaken in zijn verbruik en zal voor zijn netkost van die maand meer moeten betalen.   

De Vreg zelf zegt dat de nieuwe tarifering voor een gemiddeld gezin tot een besparing kan leiden van zowat 50 euro per jaar, op een jaarlijkse factuur van 852 euro. De Vreg werkt daarvoor met een model waarbij een gezin tot een maandpiek gaat van 3,15 kW (kilowatt). Let wel: dit geldt enkel voor wie een digitale meter heeft want je hebt zo'n meter nodig om de pieken te registreren. Wie nog een oude, analoge meter heeft, zal (voorlopig) een forfait moeten betalen.

Minimumbijdrage van iedereen

In het model van de Vreg zal elk huishouden vanaf 2022 een minimumbijdrage moeten betalen die overeenkomt met een piekverbruik van 2,5 kW.  Ook als het gezin in kwestie onder die piek blijft. De nieuwe manier van bijdragen in de netkosten zal in de praktijk nadelig zijn voor wie op dit moment een heel laag jaarverbruik heeft en daardoor op dit moment weinig betaalt aan netkosten. Denk aan kotstudenten bijvoorbeeld of mensen met een tweede verblijf.

Een piek is een piek

Of de nieuwe tarifering voor een gemiddeld gezin een besparing zal zijn, zal nog moeten blijken. Met een paar elektrische toestellen samen, vooral toestellen die warmte produceren, zit je snel aan een piek boven 3,15 kW. En er is nog iets. Het moment waarop je de piek veroorzaakt, wordt (voorlopig) niet in rekening gebracht. Of je nu een piek in je eigen verbruik veroorzaakt op een moment dat ook heel wat andere mensen stroom verbruiken of op een moment dat iedereen slaapt, maakt niets uit. Een piek is een piek en wordt als zodanig verrekend. Op termijn kan dat worden aangepast en kan het tijdstip van verbruik wel een rol spelen, maar bij de invoering in 2022 zal dat nog niet het geval zijn.

 

bron: vreg.be - toekomst nettarieven capaciteitstarief; vrt.be

Stand van zaken keuring privéwaterafvoer 15 september 2020

Wij informeren u graag over de keuring van privé-riolering en hoe het momenteel gesteld is hiermee.

In totaal werden er meer dan 90.000 VLARIO-keuringen uitgevoerd tussen 1 juli 2011 en 30 juni 2020. De meeste keuringen gebeuren naar aanleiding van nieuwbouw of afkoppeling. Dit jaar werden er tot medio 2020 meer dan 7.500 keuringen uitgevoerd waarvan 53% i.k.v. nieuwbouw/herbouw, 39% i.k.v. een afkoppelingsproject en 7% voor belangrijke wijzigingen.

Op 18 maart werden de keurders gevraagd hun keuringsactiviteiten uit te stellen omwille van de corona-maatregelen die de overheid nam. Vanaf 30 maart was het mogelijk om enkel dringende keuringen uit te voeren van niet bewoonde panden, waarbij niemand aanwezig is. Op 16 april werden alle keuringen van niet bewoonde panden toegelaten waarbij niemand aanwezig is. Vanaf 4 mei was het terug mogelijk om keuringen uit te voeren van bewoonde panden, mits inachtneming van opgelegde beschermingsmaatregelen. Deze beschermingsmaatregelen zijn vandaag nog steeds van kracht.

Conform/niet-conform

Van de uitgevoerde keuringen in 2020 blijkt dat bijna 7% van de keuringen niet conform bevonden zijn. 3% van de keuringen i.k.v. nieuwbouw/herbouw waren niet conform, voor afkoppelingen ligt het percentage hoger, namelijk bijna 12 % van deze keuringen waren niet conform. Dit is een stijging van bijna 9% t.o.v. 2019.

Conform met aandachtspunten (oranje attest)

Indien de keurder aangeeft op het keuringsformulier dat iets ‘niet ok’ is, resulteert dit in een oranje attest om een signaal te geven aan de gemeente en rioolbeheerder. Van de bijna 4.100 keuringen die uitgevoerd werden i.k.v. nieuwbouw/herbouw werd in 15% van de uitgevoerde keuringen een oranje attest (conform met aandachtspunten) afgeleverd. Voor 25% van deze gevallen was het ontbreken van de verplichte infiltratievoorziening de oorzaak. Vanaf 2021 zal het ontbreken van de verplichte infiltratievoorziening leiden tot een niet-conformiteit.

Indien de gemeente/rioolbeheerder een septische put voor zwart water verplicht in centraal of collectief geoptimaliseerd buitengebied, is dit momenteel geen afkeurcriteria. Vanaf 1 januari 2021 kan dit mee opgenomen worden als afkeurcriteria.

Septische put in collectief te optimaliseren buitengebied

De plaatsing van een septische put is verplicht in collectief te optimaliseren buitengebied. Hierop dienen zowel zwart als grijs water aangesloten te worden. Een van de meest voorkomende fouten die leiden tot niet-conformiteit is het niet aansluiten van het grijs water. We richten ons op de keuringen in dit collectief te optimaliseren buitengebied in kader van eerste ingebruikname om de resultaten te bespreken waarbij de plaatsing van een voorbehandelingsinstallatie verplicht is. Deze cijfers zijn van toepassing op bijna 400 nieuwbouw/herbouw keuringsdossiers in collectief te optimaliseren buitengebied. 50 dossiers werden afgekeurd.

Infiltratievoorziening bij nieuwbouw

We stellen vast voor 4% van de keuringen i.k.v. nieuwbouw/herbouw dat de verplichte infiltratievoorziening niet geplaatst werd. In 2019 was dit nog 7% en bij de invoering van de GSV Hemelwater in 2014 zelfs 20%. Vanaf 1 januari 2021 zal de afwezigheid van een infiltratievoorziening bij een keuring type nieuwbouw/herbouw leiden tot afkeur.

Bron: www.vlario.be

Nieuwe vestiging iGenia! 1 september 2020

iGenia bv heeft een nieuwe vestiging die zicht bevindt in het hart van de Vlaamse Ardennen (Geraardsbergen) welke zich hoofdzakelijk zal toespitsen op de stabiliteitsberekeningen.

De vestiging in Herzele (Woubrechtegem) waar iGenia begonnen is, blijft de hoofdzetel en het kloppende hart van het bedrijf.

Op beide vestigingen kan u terecht met al uw vragen over veiligheidscoördinatie, EPB, EPC, stabiliteit, ventilatieverslaggeving, blowerdoor, etc.

Op deze manier kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn met een persoonlijke en snelle dienstverlening.

Prijsstijging pur en pir isolatie 18 augustus 2020

In België behoren pur en pir isolatie tot de meest gebruikte isolatiematerialen voor zowel gevel-, dak- als vloerisolatie.
De prijs van deze materialen was de afgelopen jaren reeds veelvuldig punt van discussie.

Reeds in 2016 was er een forse prijsstijging door een schaarste aan grondstoffen (o.a. MDI, het hoofdbestanddeel voor de productie van pur/pir) ten gevolge van een reeks incidenten waaronder:

Explosie en brand op een site van BASF in Duitsland

Chemisch incident op een site van Wanhau Chemical Group in China

Nieuwe productielijnen voor aanmaak MDI welke vertraging opliepen bij BASF en DOW Chemical

Toenemende vraag naar grondstoffen op de wereldmarkt welke de productie overstijgt

...

Door de schaarste aan grondstoffen stijgt de prijs van de afgewerkte producten. De fabrikanten/leveranciers rekenen deze prijsstijging door aan de klanten/aannemers.

Bovenop de prijsstijging door schaarste van grondstoffen komt dat er in deze droge periode veel leveranciers een "droogtetoeslag" aanrekenen.
Dit o.a. doordat schepen niet over alle waterwegen kunnen varen met hun maximale capaciteit waardoor voor dezelfde hoeveelheid bouwmateriaal meer transportkosten zijn.

De huidige prijsstijging zal vermoedelijk in de loop van september/oktober 2020 komen.

Bron: De Tijd

 

Einde premie dakisolatie voor doe-het-zelvers. 10 augustus 2020

Nog tot eind 2020 (factuur aankoop 2020) kan je voor dakisolatie een premie krijgen als u deze zelf plaatst. Vanaf 2021 enkel nog voor isolatie geplaatst door een aannemer.

 

De Vlaamse Regering besliste onlangs dat de premie voor door uzelf geplaatste dakisolatie vanaf 2021 verdwijnt. Deze premie bedraagt 2€/m² indien de isolatie een Rd-waarde heeft van minimum 4,50m²K/W.

Vanaf 2021 geven de netbeheerders wel nog premies voor werken in bestaande woningen indien deze uitgevoerd worden door aannemers. Dit is zo voor dakisolatie, muurisolatie, vloerisolatie, HR-beglazing, zonneboiler, warmtepompen en warmtepompboilers.

 

Meer info over de premies vanaf 2021 kan u vinden op Premies netbeheerder 2021.

 

Bron: Vlaams Energieagentschap

Nieuwe look voor iGenia 8 juli 2020

Vanaf heden zal u iGenia niet enkel herkennen aan de knowhow, snelle service en de correcte prijzen maar ook aan onze volledig nieuwe look.

Niet enkel de website, logo en onze documenten kregen een grondige opfrisbeurt maar ook de basis van onze samenwerking kent een vooruitstrevende aanpak!

Inzetten op zonne-energie. 6 juni 2020

Geen terugdraaiende teller maar wel een investeringspremie voor zonne-energie vanaf 1 januari 2021.

 

Indien je na 1 januari 2021 zonnepanelen zou in gebruik nemen kan je spijtig genoeg niet meer genieten van de terugdraaiende elektriciteitsmeter.
Er is echter ook goed nieuws, wie na deze datum nieuwe zonnepanelen (met een omvormervermogen kleiner of gelijk aan 10kVA) in dienst neemt kan daarvoor een investeringspremie krijgen. Op deze manier wil Vlaams minister van Energie Zuhal Demir investeringen in zonne-energie voor iedereen aantrekkelijk houden.

 

bron: Vlaams Energieagentschap

 

1 Jaar uitstel verlaging S-peil. 1 juni 2020

De Vlaamse regering heeft beslist dat deze verstrenging van het S-peil (schilpeil) pas ten vroegste voor januari 2022 zal zijn, goed nieuws dus als u nog in 2021 een woning zou willen bouwen.
Deze verstrenging van S31 naar S28 was oorspronkelijk reeds voor januari 2021 voorzien maar zal dus uitgesteld worden.

 

Hieronder kort uitgelegd wat de impact kan zijn van deze verstrenging naar S28.

S-peil staat voor de energie-efficiëntie van de gebouwschil, deze kan o.a. beïnvloed worden door:

  • isolatie van de gebouwschil zoals vloeren, muren, daken, buitenschrijnwerk, etc.
  • Compactheid van uw gebouw, verhouding van het volume tot de vierkante meters verliesoppervlakte.
  • Aard van uw woning, van minder presterend naar beter: open bebouwing, half-open bebouwing tot gesloten bebouwing.
  • Kans op oververhitting, een te hoge oververhittingsindicator zal een negatieve invloed hebben op het S-peil.

Als we moeten streven naar S28 zullen we dus één of meerdere van de bovenstaande zaken moeten aanpakken, dit kan door o.a.:

  • Meer isolatie te voorzien, dit effect is echter beperkt, men kan niet oneindig blijven isoleren.
  • Performant buitenschrijnwerk voorzien, betere profielen en driedubbele beglazing in plaats van dubbele beglazing.
  • Compacter bouwen, verhouding geveloppervlakte t.o.v. volume beperken, dit is een stap welke voornamelijk bij de architect zal liggen.
  • Kans op overhitting minimaliseren door oriëntatie, zonwering, creëren van schaduwvlakken, etc.

 

Bron: Vlaams Energieagentschap

Indientermijn EPB-aangifte tijdelijk opgeschort i.f.v. Corona 15 maart 2020

Om verslaggevers en aangifteplichtigen enig comfort te bieden en alle partijen extra tijd te geven om de EPB-aangifte correct op te maken, besliste het Vlaamse Parlement om de indientermijn die het Energiedecreet vastlegt, tijdelijk te verlengen.

De uiterste termijn voor het indienen van een EPB-aangifte wordt opgeschort gedurende de periode van de noodsituatie. De noodsituatie loopt momenteel van 20 maart 2020 tot en met 17 juli 2020.

Dat betekent dat het toegestaan is om de EPB-aangiften van dossiers waarvan de uiterste indientermijn verstrijkt tijdens de noodsituatie, 120 dagen later in te dienen dan de uiterste indiendatum die het Energiedecreet vastlegt.

Het Vlaams energieagentschap (VEA) stemt haar handhaving op de tijdige indiening van een EPB-aangifte uiteraard af op deze beslissing.

Bron: Vlaams Energieagentschap

Aantal EPB-aangiftes met Zonne-panelen blijft in stijgende lijn. 27 januari 2020

Net zoals de afgelopen jaren blijft het aantal bouwheren die investeren in een PV-installatie in stijgende lijn.

 

Waar in 2015 nog maar bij 54% van de bouwaanvragen hernieuwbare energie (HE) werd toegepast steeg dit in 2016 en 2017 naar 76%.
De Cijfers tonen aan dat deze trend is doorgezet tot zelfs 95% in 2018.

In 70% van deze projecten werd er gekozen voor enkel PV-panelen, in 22% van de projecten werd er gekozen voor de combinatie PV-panelen met warmtepomp.
In 2018 waren er nog slechts 8% van de aanvragen welke niet voldeden aan de eis hernieuwbare energie.

 

bron: Vlaams Energieagentschap - EPB cijferrapport